UCF

VZ, wij staan behoorlijk dubbel in dit dossier.

Aan de ene kant willen we heel graag weer een universiteit in Fryslan. We hebben het zelfs als speerpunt in ons verkiezingsprogramma opgenomen.

Wat wij voor ogen hebben zou prachtig zijn voor het aanzien van Fryslan; prachtig ook voor de Friese jeugd die dicht bij huis kan gaan studeren; prachtig voor Leeuwarden en als het even meezit ook prachtig voor de Friese werkgelegenheid.

Ons wordt echter gevraagd of wij “ gjin winsken en betinkings hawwe oer de tripartite oerinkomst” VZ, die hebben wij wel. Wij vrezen nl dat in ieder geval het brede bachelor college een elitair geldverslindend prestigeproject gaat worden.

We hebben kunnen lezen dat een substantieel deel van de te verwachten studenten uit het buitenland moet komen. Dat is, zo vermoeden wij, ook een van de belangrijkste redenen waarom er een residentieel karakter aan de plannen is gegeven. Op zich niet erg, ware het niet dat dit residentiële aspect verplicht dreigt te worden en er voor gaat zorgen dat studeren aan de RCF een erg kostbare aangelegenheid wordt.

Zo duur zelfs dat het voor veel studenten, vooral voor die uit minima gezinnen, een onoverkomelijk bezwaar kan worden.

Dus i.p.v. het creeren van een in financieel opzicht laagdrempelige toegang voor studenten uit de eigen regio, wordt er, zo lijkt het, vooral ingezet op het faciliteren van studenten die een zilveren lepeltje in de mond hebben en op buitenlandse studenten, die voor zover ze uit EU landen komen dit deels op kosten van de Friese belastingbetaler mogen komen doen.

Wie vorige week de media heeft gevolgd, heeft kunnen lezen, dat mede als gevolg van de invoering van het leenstelsel, studenten zich in toenemende mate gedwongen voelen om thuis te blijven wonen en in de eigen regio te gaan studeren.

Onzekerheid over de toekomst maakt kennelijk dat men zo weinig mogelijk wil lenen. Dat dit vooral speelt bij studenten uit gezinnen met lage inkomens lijkt mij vanzelfsprekend.

Het is omwille van de genoemde laagdrempeligheid dat wij een amendement willen indienen, die moet garanderen dat studenten die bijv. gewoon bij Heit en Mem willen blijven wonen toch kunnen studeren aan de RCF.

Daar we ook twijfels hebben over de vraag of alle voorgenomen studierichtingen wel aansluiten bij de behoefte van zowel de toekomstige Friese studenten als het Friese bedrijfsleven, willen we ook graag een amendement indienen, dat voorziet in een uitgebreid onderzoek, een onderzoek vooraf wel te verstaan. Dit onderzoek had natuurlijk al veel eerder moeten plaatsvinden. Voor er tamelijk definitieve beslissingen werden genomen. Nu wordt van ons verlangt dat we op een rijdende trein springen, eenmaal aan boord nog een kaartje kopen en dan maar afwachten of de trein inderdaad naar onze gewenste bestemming gaat. Conducteur de Rouwe verzekert ons dat de machinist van de RUG er voor gaat zorgen dat alles goed komt. Maar ik ga er van uit dat de trein in het gunstigste geval de richting van de rails zal blijven volgen en of die nu wel echt leiden naar de bestemming die wij voor ogen hebben is twijfelachtig.

In het tussenrapport van onderzoeker Gerrit de Jong valt alom twijfel te lezen over bijv. de reële haalbaarheid van aangenomen economische effecten en diverse andere aannames die worden gemaakt m.b.t. enorme meerwaardes zonder voldoende vooronderzoek. De wens is kennelijk de vader van de gedachte, zo redeneert hij. In zijn eindrapport komt hij niet terug op deze aspecten, logisch want daar is ook niets aan verandert, hij besluit zijn rapportage met de woorden, “dan zal het waarachtig wel gaan” Voor mij leest dat als een “ In hemelsnaam dan maar als jullie dan toch zo graag willen”

Wij denken dat het voorbereidend werk niet juist en in ieder geval niet voldoende is geweest. Er zijn voor zover ik weet niet voldoende contacten geweest met andere universiteiten om te kijken wat voor alternatieven er mogelijk zouden zijn geweest. Het lijkt er op dat de provincie Fryslan zich zelf uitlevert aan de RUG zonder al te veel eisen te stellen en zonder zelf ook een flink deel van de regie in handen te houden en bereidt is om een wild avontuur aan te gaan en daarvoor flink in de buidel te tasten. Beter zou zijn om een pas op de plaats te maken en eerst de noodzakelijke onderzoeken af te wachten. Desnoods stellen we het hele gebeuren nog een jaar uit. Als dat de prijs is voor zorgvuldig werken en om uiteindelijk het beste resultaat te krijgen dan zou dat moeten kunnen. Maar ik vrees dat we ons onder druk laten zetten door de RUG en het zou me ook niet verbazen dat de naderende KH 2018 de haast vergroot.

We zijn ons er terdege van bewust dat het hele plan zoals het er nu ligt ongetwijfeld door de coalitiepartners alleen al uit solidariteit zal worden aangenomen, ondanks dat het een plan is van slikken of stikken, oftewel zo is het geknipt dus zo gaan we het ook naaien. Ieder initiatief om zaken te wijzigen is dus eigenlijk vrij zinloos.

Desondanks hebben we toch gemeend een poging te moeten doen om te laten zien hoe het volgens ons had gemoeten.

Daarom dienen we tot slot ook nog een motie in met als doel om toch nog enigszins invloed en sturing te houden op het onderzoeksproces.

(tweede termijn)

Vz, De plannen voor een Fries leenfonds voegt of niets toe aan het door de rijksoverheid ingestelde leenstelsel of het gaat er juist tegenin door de condities voor de student zodanig te maken dat er in feite toch weer een soort van studiefinanciering ontstaat.

Dit moeten we om meerdere redenen niet willen,

Het gaat in tegen alle plannen die het rijk omtrent de kwestie van studiefinanciering en het leenstelsel heeft ingevoerd.

We gaan als provincie mijlenver buiten onze taakstelling, immers onderwijs behoort sowieso al niet eens tot onze taken, laat staan een studie financiering opzetten.

De noodzaak van een dergelijk fonds op zich toont nog eens aan dat de plannen rond de RCF zo als die er nu liggen niet kloppen.

Het is absurd om een slechte ongewenste reparatie te willen ontwikkelen voor blijkbaar een tekort schietend plan wat nog in de steigers staat maar niet meer aangepast mag worden.